‘Ik Kook Dus Ik Ben’: Een Culinaire Wereldreis

‘Ik Kook Dus Ik Ben’: Een Culinaire Wereldreis

Het is een typisch Nederlands tafereel: een gezin dat samen van het avondmaal geniet. Je zou het misschien niet zeggen, maar dit was vroeger erg uniek. In andere landen kwam het vrijwel niet voor dat verschillende klassen bij elkaar aan tafel zaten. Mannen zaten bij de mannen en vrouwen bij de vrouwen. De kinderen waren zelfs helemaal niet welkom tot deze groepen uitgegeten waren. Het is een van de vele schilderijen die te zien is in de tentoonstelling ‘Ik kook, dus ik ben’. Op deze expositie wordt de eetcultuur van vroeger in verband gebracht met het heden.

Abdelkader Benali heeft samen met het Wereldmuseum deze bijzondere tentoonstelling opgezet. Volgens hem verbindt eten de mensheid al eeuwenlang. “De technieken en recepten die wij gebruiken, komen uit verschillende culturen over de hele wereld. Iets wat overgenomen is door een bepaalde cultuur, kan een heel andere afkomst hebben.” Een mooi voorbeeld hiervan is de aardappel, een groente die onlosmakelijk verbonden is met de Nederlandse cultuur. Toch kwam de aardappel tot de 17e eeuw helemaal niet voor op onze bodem. Van oorsprong afkomstig uit Zuid-Amerika, werd deze plant omarmt door de Nederlanders en is deze volledig vernederlandst.

De larventas uit Papoea Nieuw Guinea

Hoewel de tentoonstelling pas 10 februari haar deuren opent voor het grote publiek, was Chefplaza al 6 februari aanwezig op het persevent. Om te kijken naar de prachtige kunst, maar natuurlijk ook om te proeven! Onder begeleiding van de Stadsbemoeial, die ons alvast op de hoogte bracht van bijzondere stukken en verhalen, werd een driegangendiner geserveerd dat perfect aansloot op de pronkstukken in de tentoonstelling.

Larventas

Het eerste gerecht dat voor ons verscheen, was een Sagosoep. Deze soep speelt een grote rol in de tentoonstelling. De bevolking van Papoea Nieuw Guinea was dol op larven van de rode palm-kever en zag dit insect als een ware delicatesse. Hoe de bevolking deze larven verorberde, heeft volgens de Stadsbemoeial veel weg van de manier waarop wij een zak chips opeten. “De bevolking maakte speciale tassen waar deze larven in bewaard werden. Deze werden uiteindelijk zo uit de tas gegeten.” De sagosoep is een  soep zonder larven, maar met garnaal, oester, zeewier en een Japans knolletje, dat verdacht veel lijkt op de larven die destijds gegeten werden.

Sagosoep

De soep was een plaatje en beloofde veel goeds voor de gangen die zouden volgen. De hele maaltijd werd verzorgd door een geweldig team van topchefs en dat merkte je duidelijk. Iedereen genoot van de bijzondere soep, die door de combinatie van smaken een vissige, maar ook kruidige indruk achterliet.

Van buideltas tot lunchtrommel

Er zijn veel kunstschatten die een verhaal vertellen over ons eten. Wat, hoe en wanneer je eet, zegt veel over wie je bent. Dit slaat dus terug op de titel van de tentoonstelling: je bent dus eigenlijk wat je eet. Het blijft fascinerend hoeveel dingen die eigenlijk een compleet andere afkomst hebben, door ons ervaren worden als typisch Nederlands. Denk je bijvoorbeeld aan Rotterdam, dan denk je aan hip en trendy. Aan leegstaande winkels die om worden getoverd tot tijdelijke pop-up restaurants. Maar Rotterdam een voorloper op deze trend? Think again.

Pop-up restaurantBegin 20ste eeuw waren er al diverse pop-uprestaurants, in een iets andere vorm dan wij die kennen. Dit was vooral in Afrika en Azië een populair gegeven. Hier liep men rond met een restaurant op zijn of haar rug, compleet met kommetjes en gerechten die tegen betaling geserveerd konden worden. Dit bijzondere stuk is ook terug te zien in de tentoonstelling en brengt het nomadenbestaan van de mens goed in kaart.

“Op een gegeven moment is de mens voorwerpen gaan maken om voedsel mee te vervoeren. Dit werd gedaan door pelgrims, maar ook door monniken. Als er geen geld was voor voedsel, bedelden ze bij het volk voor rijst. Hun tas droegen ze op een stok, waar ze het dorp mee door trokken. En net zoals monniken en pelgrims vroeger verschillende trucs en objecten voor hun eten hadden, gebruiken wij die ook nog steeds. Kijk maar naar onze eigen lunchtrommels en bakjes,” vertelt Abdelkader.

 

De oudste recepten ooit

Het hoofdgerecht staat voor ons klaar. En ook dit is zeker een bijzonder recept. Gegrilde roggenvleugel met Nicola-aardappel, sprot, ui, knol en Kebebe-peper.

Hoofdgerecht Roggenvleugel

Door al deze ingrediënten komt de vis goed tot zijn recht en het gerecht smaakt net zo mooi als het eruit ziet. Heerlijk! De zaal kan er geen genoeg van krijgen en stiekem vinden we het allemaal jammer dat we niet nog meer kunnen eten. Dat is ook altijd iets wat je jezelf blijft afvragen: hoe komen ze toch bij die recepten? En hoe lang zal zoiets al gemaakt worden?

Ook dit zijn vraagstukken waar de tentoonstelling antwoord op geeft. De universiteit van Yale heeft een paar van de oudste recepten ooit in haar bezit, die geschreven zijn op kleitabletten. Dit werd nog gedaan met spijkerschrift. Omdat het vervoeren van deze stukken te risicovol was, bood een 3D-printer uitkomst. Zo zijn deze recepten ook te vinden in de tentoonstelling.

Kleitabletten

“Het is natuurlijk heel bijzonder om te zien dat er vroeger al bouillon of soep gemaakt werd, en dat deze recepten in bepaalde culturen nog steeds de basis vormen voor een maaltijd. Maar alles ontstond vanuit deze recepten hier. Zij zijn de grondslag geweest.” De recepten zijn rond de vierduizend jaar oud en het is een bijzonder om te zien hoe deze van invloed zijn op de hedendaagse cultuur. Ook vind de bezoeker hier een van de oudste pannenkoekenrecepten ooit, afkomstig uit Rotterdam!

De reizende mens

Want ja, wanneer kan je spreken van een vastgeroeste cultuur? En is een cultuur niet altijd veranderlijk geweest? Vluchtelingen uit Syrië nemen bijvoorbeeld veel recepten en kruiden me. Het eerste schrift en de daaruit volgende recepten doken bovendien voor het eerst op in het Oosten, waar nu Irak ligt. Dus is er wel zoiets als een echte Nederlandse cultuur? Misschien moeten we wel kijken naar alle invloeden die een cultuur maakt tot wat het is. En de combinatie van diverse gerechten en specerijen die ons verbinden.

Oudste recepten ooit

De gedachte achter de tentoonstelling is dan ook om de reizende mens te laten zien.  ‘Ik kook, dus ik ben’ wil betekenis te geven aan gerechten en het koken daarvan. Mede dankzij eten vervagen de grenzen tussen west en oost, wat voor grote veranderingen heeft gezorgd. Daarom is wat je eet ook wel een spiegel voor jezelf, omdat jouw geschiedenis tegelijkertijd die van iedereen is.

Een ware primeur

Het nagerecht verschijnt op tafel: een appeltaartje met aubergine, amandel, Ras El Hanout en Berber koffie-ijs. Een ware primeur, aangezien het de eerste keer is dat een schrijver zoveel invloed heeft gehad op andere kunstenaars: de chef-koks van het Wereldmuseum. Dit recept is een tribuut aan de koffiezaak van Abdelkader en vertelt dus ook zijn verhaal. Het gerecht brengt zowel zoete als bittere smaken met zich mee en veroorzaakt bij elke hap een kleurrijke smaakexplosie in je mond. Ik kan geen gerecht bedenken dat Abdelkader beter beschrijft dan wat ik nu proef. Dit dessert ís Abdelkader. Opvallend en bijzonder. Een mooie afsluiting van een heerlijk diner.

Dessert Abdelkader

Terwijl we genieten van het dessert is het tijd voor nog een bijzonder verhaal van de Stadsbemoeial. Tijdens het opzetten van de tentoonstelling was Abdelkader vastbesloten: het Yamhuis móest getoond worden. Klein probleem: dit huis was veel groter dan het museum gepland had en paste dus niet in de zaal. Na veel wikken en wegen is ervoor gekozen om een stuk uit het plafond te halen, zodat dit pronkstuk ook te zien kon zijn. Volgens Abdelkader maakt dit de tentoonstelling echt af en voegt het veel toe.

Yam-ie Yam-ie

Het Yamhuis werd vroeger gebruikt om voedsel te bewaren. Het huis stond op grote palen, waardoor zaken als roofdieren of water niet snel in de buurt konden komen. De bevolking bouwde veel van dit soort huizen om hun buit in te verstoppen. Het waren sterke, solide huizen die wel tegen een stoot bestand waren. Deze huisjes waren veel in Papoea Nieuw Guinea te zien. Wat erin bewaard werd? Yam! Dit is een eetbare wortelknol. Het is tevens de eerste keer dat een Yamhuis zicrhtbaar is voor het grote publiek.

Yamhuis

Op oude Nederlandse schilderijen zijn ook al verschillende culturele samensmeltingen te zien. Op een 16e-eeuws schilderij van Cornelis Jacobz uit Delft is een Nederlandse vrouw te zien die tajine maakt. Ook zien we een paar van de eerste voorwerpen om dit gerecht mee te maken. Tajine is een Marokkaans gerecht dat door de kolonisering en de handel tussen verschillende landen uiteindelijk bij ons terecht is gekomen.

Echt Rotterdams, met een vleugje internationaliteit

Aan het einde van de rondleiding lopen we naar de kookstudio. Deze is nog volop in de maak, maar zal uiteindelijk leiden tot de organisatie van tours. Tijdens deze tours staan verhalen en gerechten van échte Rotterdammers centraal. Deze mensen hebben elk hun eigen verhaal en de invloeden van hun culturen komen samen in de bereiding van hun gerechten. Deze tours zullen vanaf eind maart gehouden worden. Vanuit de kookstudio ga je met de boot naar het proeflokaal, om daar in contact te komen met deze mensen en hun gerechten.

‘Ik kook, dus ik ben’ laat goed zien hoe voedsel ons verbindt en dat we wat betreft ons eten allemaal gelijk zijn. Met deze gedachte nemen wij afscheid van deze bijzondere tentoonstelling, die vanaf 10 februari open is voor het grote publiek. Onder de indruk van het bijzondere eten, de prachtstukken en de vele verhalen, weten we één ding zeker: gedachteloos eten zal nooit meer hetzelfde zijn.

Wil je meer informatie over het programma of kaarten kopen? Bezoek dan de website van het Wereldmuseum! Met wie wil jij naar deze bijzondere tentoonstelling?